Om in Sorvilan te komen moesten we eerst omhoog tot ongeveer 1300 mtr. om vandaar via een bergweg richting het dorpje te komen en omdat dat dorpje in een dal ligt dus daarna ook weer omlaag. Op het hoogste punt vanwaar we vaak naar de Siërra Nevada gekeken hebben stond nu de herder met zijn kudde en wat we raar vonden was, dat een grote groep zich verzameld had. Eerst dachten we dat daar misschien water zou zijn maar het bleek, zoals de herder ons vertelde iets te zijn wat ze doen bij erge warmte. Omgekeerd hebben we het een aantal jaren geleden meegemaakt dat grote zwaluwen zich 's avonds aan richels van hoge gebouwen vastklampten en dat daar dan ook grote kluwens gevormd werden om de warmte vast te houden die van de gebouwen afkwam. Vervolgens liet de herder ons zien dat zijn waterfles al helemaal leeg was, gelukkig hebben wij in onze koeling bijna altijd genoeg koud water bij ons zodat we hem een fles konden geven die hij achter elkaar leeg dronk.

 

 

 

Op de rand van het bos staat een reusachtig frame van metalen balken met daarop een hoop telefoon- en radioversterkers. Dit bouwwerk is op zeker 10 kilometer afstand bij helder weer te zien. Nu waren we er vlak bij en wilden wel eens weten over hoe en wat maar er stond geen enkele aanwijzing bij vermeld. Wel erg hoge hekken met scherpe naar buiten gebogen randen die inklimmen onmogelijk maakten.

 

 

 

 

Onderweg zagen we dit mooie panorama van druiven en olijfbomen met op de achtergrond nog veel meer plantages met olijf- en amandelbomen.

 

 

 

 

Bij de weg naar het dorp aangekomen werden we meteen verrast met een mooie bloementuin rond een huis.

 

 

 

 

 

 

Al eerder hebben we een keer gezien dat de kerk niet het middelpunt maar het laagste punt van het dorp was en ook hier was dit zo. Dat betekende voor mij dalen en nog eens dalen, Ton stond met de auto boven het dorp en had een mooi panorama als uitzicht. Het was een wirwar van kleine smalle straatjes waarbij ik soms blij was dat ik schoenen met een dikke zool aanhad en alle straatjes antislip waren uitgevoerd met ribbels in de cement. Zo'n labyrint van smalle straatjes had ik nog nooit eerder gezien en dat betekende dan ook dat, toen ik later weer terug wilde ik een weg voor auto's ben gelopen bang dat ik anders de weg kwijt zou raken.

 

 

 

 

 

 

 

Het is dat ik toch wel redelijk snel moe ben en vaak moet rusten op zo'n tocht anders ging ik er beslist weer heen terug om nog meer foto's te maken.

 

 

 

 

De kerk is ook hier zo erg ingesloten door huizen dat er dichtbij geen foto van kunt maken en als je voor de deur staat zie je alleen maar een witte wand met deur.

 

 

 

 

Achter de kerk houd alles op alleen nog een paar tuinen en dan sta je alweer voor de berg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onderweg zag ik wel nog deze mooie witte oleander en een vijgenboom die beslist in september veel rijpe vruchten zal dragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is een stukje van de weg die ik terug gelopen heb, kijk maar eens omhoog en dan ben je er echt nog niet. Onder in het dorp zag ik dan ook alleen maar kleinere auto's en geen grote vierwiel aangedreven terreinwagens die je hier wel veel ziet. Wij hebben dit straatje een aantal jaren geleden gereden met een Berlingo en ingeklapte spiegels, wetend dat we dit nooit meer moesten doen.

 

 

 

 

 

 

Toen we het dorpje inkwamen zagen we op de weg een splitsing die aangaf dat het naar Los Yesos maar 9 kilometer was. Wij weten dat je dan meteen aan de kust zou zijn en het leek een zeer aantrekkelijk iets om de weg te nemen. Het was een goed geasfalteerde weg met witte lijnen aan de kanten en onderweg zagen we het dorpje op een nog veel mooiere manier als eerder.

 

 

Helaas was dit de absolute afknapper van deze vakantie, na 6 kilometer hield de weg op en ging verder als onverharde veldweg. Wij wisten uit ervaring dat dit omlaag nog veel erger zou worden want als het geregend heeft worden er dwarse sporen gevormd waar vaak pas na jaren iets aan gedaan wordt.

Dus... terug naar het dorp, daar nog enkele kilometers omhoog om de weg naar Albuņol 28 kilometer te volgen en daarna over de autoweg weer naar Castell de Ferro te gaan.

Weer ervaringen opgedaan waardoor Spanje een onbegrijpelijk land blijft.

 

Naar morgen

Naar het overzicht